Interview. Steven Van Gucht over ebola: "Dit maakt het virus zo uitzonderlijk"

Steven Van Gucht

In het oosten van de Democratische Republiek Congo woedt momenteel een nieuwe ebola-uitbraak, die nog blijft uitbreiden. De epidemie wordt veroorzaakt door het bundibugyovirus, een neef van het klassieke ebolavirus, die weliswaar iets minder dodelijk lijkt. Tijdens ons gesprek met viroloog Steven Van Gucht licht hij toe waarom de ziekte zo moeilijk te bestrijden is, hoe patiënten ziek worden en waarom ebola zich onderscheidt van vrijwel alle andere virussen.

Bundibugyo-variant lijkt minder dodelijk, maar blijft levensgevaarlijk

Volgens Steven Van Gucht van Sciensano is het vandaag nog moeilijk om de precieze sterftegraad van de huidige uitbraak te bepalen. "Het is moeilijk om te zeggen hoe dodelijk deze uitbraak precies is, omdat we de cijfers die we van daar ontvangen niet volledig kunnen vertrouwen", vertelt hij aan Redactie24.

Bij het klassieke ebolavirus overlijdt doorgaans 50 procent van de besmette patiënten. Voor het bundibugyovirus lijkt dat percentage lager te liggen. "Bij het bundibugyovirus schat ik de overlijdensgraad eerder tussen de 20 en 30 procent wat nog altijd bijzonder hoog is."

Goede medische zorg maakt een groot verschil

Toch benadrukt professor Van Gucht dat de omstandigheden waarin patiënten worden behandeld een enorme invloed hebben op hun overlevingskansen. "Een van de grootste problemen in Congo is dat mensen vaak te laat behandeld worden en dat er onvoldoende middelen zijn om hen intensief te ondersteunen." Daardoor overlijden veel mensen aan complicaties die in een goed uitgerust ziekenhuis beter kunnen worden opgevangen.

Bij ebola draait de behandeling vooral om ondersteunende zorg. Er bestaat geen eenvoudige genezende therapie. "Je moet patiënten vooral veel vocht en elektrolyten geven. Door het hevige braken en de diarree verliezen ze enorme hoeveelheden vocht. Uitdroging is een van de grootste gevaren."

Volgens Van Gucht zouden patiënten in Europa of België daarom een veel grotere overlevingskans hebben. "In ideale westerse omstandigheden zal  de kans op overleven een stuk hoger zijn, maar het blijft een dodelijk virus, dat mogen we niet vergeten."

Symptomen van ebola lijken vaak op een gewone griep

Een van de redenen waarom ebola zich kan verspreiden, is omdat de eerste symptomen weinig verschillen van andere virusinfecties."Het begint als een griepachtig ziektebeeld, zoals bij veel virale aandoeningen." Pas enkele dagen later wordt de ziekte ernstiger. "In plaats van te verbeteren, worden mensen steeds zieker. Ze krijgen diarree en beginnen te braken."

Hoewel ebola vaak bekendstaat als een ziekte die zware bloedingen veroorzaakt, is dat volgens Van Gucht niet het meest voorkomende ziektebeeld. "Bloedingen komen slechts bij een minderheid van de patiënten voor. Het grootste gevaar schuilt meestal in het enorme vochtverlies door braken en diarree." Die levensbedreigende fase treedt doorgaans pas in de tweede week van de ziekte op.

Ook na het overlijden blijft ebola besmettelijk

Een opvallend kenmerk van ebola is dat het virus zelfs na het overlijden van een patiënt nog besmettelijk blijft. "We moeten ervan uitgaan dat dat ook voor deze variant geldt. Dat is iets heel typisch voor de ebolavirussen." Het virus bevindt zich niet alleen in bloed, speeksel, urine en uitwerpselen, maar ook op de huid. "Je vindt het virus zelfs terug in zweet. Dat het virus zelfs in zweet en op de huid zit, is vrij uitzonderlijk onder virussen." Dat zorgt voor extra risico's tijdens traditionele begrafenisrituelen.

"Wanneer familieleden het lichaam wassen of verzorgen, komen ze rechtstreeks in contact met de huid waarop nog virus aanwezig kan zijn. Op die manier ontstaan vaak nieuwe besmettingen." Maatregelen nemen rond begrafenissen liggen altijd bijzonder gevoelig weet Steven van Gucht uit het verleden. "Maatregelen nemen en restricties opleggen rond afscheid nemen van een geliefde, liggen emotioneel heel moeilijk. Dat hebben we ook tijdens de coronapandemie gezien."

Wantrouwen bemoeilijkt de bestrijding

De uitbraak in het oosten van Congo wordt bovendien bemoeilijkt doordat een deel van de bevolking weinig vertrouwen heeft in de gezondheidsautoriteiten. "Veel mensen geloven zelfs niet dat het virus bestaat. Ze denken dat het een verzinsel is van de autoriteiten." Dat wantrouwen maakt het moeilijk om besmette personen tijdig te isoleren en verdere verspreiding van het virus te voorkomen.

Risico op verspreiding in Europa zeer klein

Steven Van Gucht gelooft er stellig in dat dankzij een snelle diagnose, intensieve gezondheidsondersteuning en strikte isolatiemaatregelen dat de ziekte in landen met een goed uitgebouwde gezondheidszorg veel beter kan worden ingedijkt dan in de getroffen regio's van Centraal-Afrika. Daardoor vormt de huidige uitbraak vooral een ernstige uitdaging voor Congo en de omliggende landen, terwijl het risico op een grootschalige verspreiding in Europa zeer beperkt blijft.