CD&V bezorgd na nieuwe informatie over De Lijn: "Kan je niet blijven negeren"
Agressie op bussen en trams blijft een moeilijk probleem om helemaal onder controle te krijgen. Achter elke melding schuilt bovendien heel wat werk dat reizigers meestal niet te zien krijgen. Net over de mensen die dat werk uitvoeren, duikt nu opvallende informatie op. Vlaams parlementslid An Christiaens (cd&v) stelt zich ernstige vragen bij de huidige aanpak. Ze wil dat minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) na het zomerreces opnieuw duidelijkheid geeft.
Aantal deskundigen Sociale Veiligheid bij De Lijn gehalveerd
De dienst Sociale Veiligheid van De Lijn telt nog drie deskundigen voor heel Vlaanderen. Dat blijkt uit informatie die Vlaams parlementslid An Christiaens opvroeg en die cd&v in een persbericht aan onze redactie bezorgde. In 2019 waren er nog zes. Na een reorganisatie bleven twee regionale deskundigen en één coördinator over.
Die medewerkers houden zich met heel wat meer bezig dan alleen het registreren van incidenten. Ze analyseren en volgen agressiegevallen op, begeleiden slachtoffers en werken samen met politie en justitie. Ook camerabeelden komen bij de veiligheidswerking kijken. De Lijn bevestigt op zijn eigen website dat bewakingsbeelden van voertuigen kunnen worden doorgegeven aan de politie wanneer ze als bewijs kunnen dienen bij een misdrijf.
Christiaens vindt dat drie mensen voor zo'n uitgebreid takenpakket erg weinig is.
“Drie mensen voor heel Vlaanderen die agressie opvolgen, slachtoffers begeleiden, camerabeelden verwerken en met politie en justitie samenwerken? Agressie op bussen en trams blijft een hardnekkig probleem. Dat er gekozen wordt om minder veiligheidscontroleurs in te zetten is het verkeerde signaal”, zegt ze.
Agressie bij De Lijn blijft een gevoelig probleem
De bezorgdheid komt niet uit het niets. De veiligheid op het openbaar vervoer stond de voorbije maanden meermaals op de agenda van het Vlaams Parlement. Daarbij kwamen verschillende mogelijkheden ter sprake om agressie tegen chauffeurs, controleurs en reizigers tegen te gaan.
De Lijn werkt vandaag met verschillende veiligheidsmaatregelen. Denk daarbij aan controles, camera’s in voertuigen, opleidingen voor medewerkers en samenwerking met externe partners. De vervoersmaatschappij gebruikt daarnaast het Sociale Veiligheid Beheerssysteem, kortweg SoVIB. Dat systeem analyseert gegevens over agressie en overlast en helpt aandachtsbuurten te bepalen waar zich op bepaalde momenten meer incidenten voordoen.
Dat maakt de verwerking van informatie achter de schermen een belangrijk onderdeel van het veiligheidsbeleid.
“Drie mensen voor heel Vlaanderen die agressie opvolgen, slachtoffers begeleiden, camerabeelden verwerken en met politie en justitie samenwerken: dan is het niet onredelijk om te vragen of die capaciteit nog volstaat. Veiligheid mag niet afhangen van de goodwill en inzet van een paar mensen”, zegt Christiaens.
Ook discussie over preventie na stopzetting Trammelant
Voor cd&v gaat het debat niet uitsluitend over optreden nadat er iets gebeurd is. De partij wil dat er ook voldoende aandacht blijft voor preventie. Precies daarover ontstond eerder al discussie rond het project Trammelant.
Dat initiatief ontstond oorspronkelijk in Antwerpen en werd later over Vlaanderen uitgerold. Medewerkers van De Lijn gingen daarbij naar scholen om met jongeren te praten over onder meer respect op het openbaar vervoer, agressie en vandalisme.
In juni kwam de toekomst van Trammelant uitgebreid aan bod in de Commissie Mobiliteit van het Vlaams Parlement. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) maakte daar duidelijk dat fysieke bezoeken van personeel van De Lijn aan scholen niet langer worden voortgezet. Online lesmateriaal blijft wel beschikbaar. Een van de argumenten was dat dergelijke bezoeken tijdsintensief zijn en niet tot de kerntaken van de vervoersmaatschappij behoren.
Christiaens is het niet eens met die keuze. “Een vreemde keuze. Voor cd&v moet de aanpak van agressie bestaan uit handhaving én preventie”, zegt ze.
Christiaens wil opnieuw antwoord van minister De Ridder
De discussie zal daarmee niet verdwijnen. De minister geeft aan dat het veiligheidsbeleid van De Lijn voortdurend wordt geëvalueerd. Op de concrete vraag of drie deskundigen Sociale Veiligheid voldoende zijn om alle taken uit te voeren, kreeg Christiaens naar eigen zeggen geen duidelijk antwoord.
Daar wil het parlementslid na het zomerreces opnieuw op terugkomen.
“Als je veiligheid echt als een prioriteit ziet, moet je ook investeren in de middelen die daarvoor nodig zijn. Dat betekent voldoende personeel voor de opvolging én inzetten op preventie en handhaving. Je kan niet zeggen dat veiligheid een topprioriteit is en tegelijk niet kijken of de mensen die daarvoor dagelijks aan de slag zijn, voldoende capaciteit hebben”, besluit Christiaens.
Ze kondigt aan dat ze minister De Ridder bij de start van het nieuwe parlementaire jaar opnieuw zal ondervragen over de aanpak van agressie bij De Lijn en de beschikbare capaciteit voor sociale veiligheid.