Komt Belgisch wegenvignet in gevaar door Nederland?
De aangekondigde plannen om een wegenvignet in België in te voeren voor alle snelwegen en gewestwegen, zorgen voor grote onrust in Nederland. De Nederlandse provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland zien de komst van dit vignet met lede ogen aan. Terwijl België het wegenvignet ziet als een manier om de infrastructuur te financieren en buitenlandse weggebruikers te laten meebetalen, trekken de Nederlandse grensregio’s fel van leer. De provincies eisen dat de Nederlandse Rijksoverheid inspanningen levert om het plan van tafel te krijgen en ze sluiten zelfs juridische stappen op Europees niveau niet uit.
Grote economische en sociale impact op de grensstreek
De voornaamste reden voor het verzet van de Nederlandse provincies is de verwachte negatieve impact op de regionale economie en het dagelijks leven in de grensstreek. Met een geschat kostenplaatje tussen de 100 en 125 euro per jaar vormt het wegenvignet een directe financiële drempel. Veel inwoners uit de grensstreek steken bijna dagelijks de grens over voor hun werk, een studie, familiebezoek, doktersafspraken of het doen van boodschappen.
Het vignet dreigt dit intensieve sociale en economische grensverkeer ernstig te verstoren. Niet alleen grenswerkers en particulieren worden getroffen, maar ook lokale ondernemers en de toeristische sector vrezen dat bezoekers uit het buurland voortaan wegblijven.
Samenwerking tegen Belgisch wegenvignet
Om een krachtig vuist te maken, hebben de zuidelijke provincies de krachten gebundeld. De bezorgdheid werd overgebracht aan het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De provincies hebben daarnaast hierover contact met maatschappelijke belangenorganisaties zoals de ANWB en werkgeversorganisatie VNO-NCW.
Het doel is helder: het Nederlandse kabinet moet niet alleen formele bezwaren indienen bij de Belgische gewesten, maar ook internationale druk uitoefenen om het vignet definitief te verhinderen. Binnen de provinciebesturen wordt namelijk weinig gefocust op mogelijke uitzonderingsposities voor bijvoorbeeld grensarbeiders, de inzet is om het wegenvignet in zijn geheel van de baan te vegen.
In strijd met Europees recht?
Mocht het diplomatieke overleg niet het gewenste resultaat opleveren, dan bereiden de provincies zich voor op een juridische strijd. De belangrijkste juridische troefkaart die hierbij wordt bekeken, is het Europese gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie naar nationaliteit.
Vlaamse politici hebben in het verleden gehint op manieren om de eigen Belgische inwoners te compenseren voor de kosten van het vignet, bijvoorbeeld via een verlaging van de lokale motorrijtuigenbelasting. Precies op dat punt zien de Nederlandse provincies een sterke juridische ingang, die doet denken aan het Duitse wegenvignet uit het verleden.
Destijds oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het Duitse vignet in strijd was met het EU-recht, omdat de compensatieregeling voor Duitse automobilisten neerkwam op een verkapte discriminatie van buitenlandse weggebruikers. Als België een vergelijkbare constructie opzet waarbij alleen de eigen burgers gecompenseerd worden, maakt het plannen extreem kwetsbaar voor de Europese rechter.