Goed nieuws voor je portemonnee: deze producten zijn goedkoper dan een jaar geleden

prijzen supermarkt voeding
Afbeelding bron: Shutterstock.com

De Belgische inflatie stijgt in oktober naar 5,26 procent. Vooral wie moet tanken of zijn woning verwarmt, voelt dat in de portemonnee. Motorbrandstoffen, aardgas, mazout en elektriciteit worden fors duurder. Toch vertelt het inflatiecijfer niet het volledige verhaal. Want terwijl de energiefactuur steeds zwaarder weegt, zijn er ook heel wat producten en diensten waarvan de prijs juist flink is gedaald. 

Energie jaagt de inflatie naar 5,26 procent

Volgens de recentste cijfers van Statbel bedraagt de Belgische inflatie in oktober 5,26 procent. Dat is een duidelijke stijging tegenover september, toen het inflatiecijfer nog 4,69 procent bedroeg. Vooral de energieprijzen spelen daarin een belangrijke rol.

Aardgas, elektriciteit, huisbrandolie en motorbrandstoffen behoren tot de belangrijkste prijsstijgers. Dat voelen gezinnen op verschillende manieren. Wie met de auto naar het werk rijdt, betaalt meer aan de pomp. Gezinnen die hun woning met aardgas of mazout verwarmen, zien hun energiebudget eveneens toenemen. Ook elektriciteit wordt duurder.

De energie-inflatie bedraagt in oktober 33,23 procent. Dat betekent dat energieproducten gemiddeld ruim een derde duurder zijn dan een jaar eerder. De stijging van de energieprijzen weegt daardoor zwaar door in het algemene inflatiecijfer.

Deze producten een pak goedkoper geworden

Toch betekent een inflatie van 5,26 procent niet dat werkelijk alles duurder wordt. Het algemene cijfer is een gemiddelde van de prijsveranderingen van een brede korf goederen en diensten. Sommige producten worden duurder, terwijl andere juist goedkoper worden.

Dat blijkt ook uit de cijfers voor oktober. Vooral niet-dierlijke melk valt op. Plantaardige alternatieven zoals haver-, soja- en amandelmelk zijn 16,1 procent goedkoper geworden tegenover oktober vorig jaar.

Ook wie zijn mobiele abonnement onder de loep neemt, kan mogelijk besparen. Mobiele abonnementen zijn op jaarbasis 14,3 procent goedkoper geworden. Verse bessen kosten gemiddeld 13 procent minder dan een jaar geleden.

Ook andere producten ontsnappen aan de algemene prijsstijging. Suikervervangers zoals stevia en agavesuiker werden 9,3 procent goedkoper. Powerbanks kosten 8,6 procent minder en video- en audioapparatuur, waaronder televisies, speakers en hoofdtelefoons, daalde met 7,6 procent in prijs.

Zelfs in de voedingswinkel zijn er enkele opvallende prijsdalingen. Granen werden 6,5 procent goedkoper en ander vers fruit, zoals druiven, kiwi's en meloenen, kost gemiddeld 6,3 procent minder.

Niet alles wordt duurder: waarom het gemiddelde misleidend kan zijn

De prijsdalingen tonen aan waarom het algemene inflatiecijfer niet altijd overeenkomt met wat je zelf aan de kassa ervaart. De ene consument merkt vooral de hogere energieprijzen, terwijl iemand anders net voordeel haalt uit goedkopere producten of diensten die hij regelmatig koopt.

Wie bijvoorbeeld geen auto heeft en zijn woning niet met aardgas verwarmt, voelt de stijgende energieprijzen mogelijk minder rechtstreeks. Een gezin dat veel rijdt en een gasgestookte verwarmingsinstallatie heeft, krijgt dan weer een veel grotere impact op het huishoudbudget.

Persoonlijke aankopen spelen ook een rol. Wie regelmatig plantaardige melk koopt, een nieuw mobiel abonnement afsluit of elektronica aanschaft, kan profiteren van de prijsdalingen. Dat betekent niet dat de volledige levensduurte voor die consument met hetzelfde percentage daalt, maar wel dat de impact van de prijsstijgingen verschilt van gezin tot gezin.