Het wordt nu elke dag bijna 4 minuten sneller donker: hoelang gaat dat nog door?

zonsondergang
Afbeelding bron: Shutterstock Yusei

Je voelt het de laatste weken waarschijnlijk zelf al. ’s Morgens blijft het langer donker en ’s avonds moet het licht steeds vroeger aan. Dat gaat momenteel zo snel dat het verschil van dag tot dag echt merkbaar begint te worden. Rond deze periode van september bereiken we zelfs een bijzonder moment in dat proces. En daar zit meer achter dan alleen het simpele feit dat de winter dichterbij komt.

Bijna vier minuten daglicht minder per dag

Op dinsdag 22 september kwam de zon in Brussel rond 7.28 uur op. De zonsondergang volgt al rond 19.40 uur. Daarmee hebben we nog ongeveer 12 uur en 12 minuten daglicht.

Veel interessanter is het verschil met de dag ervoor. De hoeveelheid daglicht neemt momenteel met ongeveer 3 minuten en 49 seconden per dag af. Op 1 september duurde de dag in Brussel nog ongeveer 13 uur en 32 minuten. Tegen 30 september blijft daar nog ongeveer 11 uur en 42 minuten van over.

In amper één maand verliezen we dus bijna 1 uur en 50 minuten daglicht. Geen wonder dat september soms aanvoelt alsof iemand plots veel sneller aan de knop van het licht begint te draaien.

Waarom gaat het nu zoveel sneller?

De verklaring heeft alles te maken met de schuine stand van de aardas en de baan van de aarde rond de zon. De snelheid waarmee de lengte van onze dagen verandert, is namelijk niet het hele jaar hetzelfde.

Rond de zomerzonnewende in juni verandert er relatief weinig. De dagen zitten dan dicht bij hun maximale lengte. De verschillen tussen twee opeenvolgende dagen zijn daardoor klein.

Rond de lente- en herfstequinox gaat het veel sneller. De zon verschuift in deze periode dagelijks relatief sterk ten opzichte van onze horizon. Daardoor komt ze iedere ochtend merkbaar later op en verdwijnt ze ’s avonds sneller.

September is daardoor dé maand waarin je de overgang naar donkere dagen bijzonder goed kunt merken. Rond 22 september verliezen we in Brussel bijna vier minuten daglicht per etmaal.

Herfst begint op 23 september

Daar hoort dit jaar nog een bijzonder moment bij. De astronomische herfst begint in Brussel op woensdag 23 september 2026 om 2.05 uur. Dat is het moment van de herfstequinox.

Het woord 'equinox' doet vermoeden dat dag en nacht dan allebei exact twaalf uur duren. In de praktijk klopt dat niet helemaal.

Op 23 september duurt de periode tussen zonsopkomst en zonsondergang in Brussel nog ongeveer 12 uur en 8 minuten. Pas rond 25 september komen we heel dicht bij twaalf uur uit. Die dag komt de zon rond 7.33 uur op en gaat ze rond 19.34 uur onder.

Waarom duurt de dag tijdens de equinox langer dan twaalf uur?

Daar zijn verschillende verklaringen voor. Om te beginnen is de zon geen klein puntje aan de hemel, maar een schijf. Voor het bepalen van zonsopkomst en zonsondergang wordt bovendien niet simpelweg gekeken naar het moment waarop het middelpunt van de zon de horizon passeert.

Ook onze atmosfeer speelt mee. Zonlicht wordt in de atmosfeer afgebogen. Daardoor kunnen we de zon al zien terwijl ze zich geometrisch nog net onder de horizon bevindt. Hetzelfde gebeurt ’s avonds: we blijven de zon nog even zien terwijl ze eigenlijk al onder de horizon zit.

Dat levert elke dag enkele extra minuten zichtbaar daglicht op. Daardoor valt het moment waarop dag en nacht praktisch even lang zijn niet exact samen met de astronomische equinox.

Wanneer gaat de zon vóór 19 uur onder?

Daar moeten we in september nog niet meteen rekening mee houden. Op 30 september gaat de zon in Brussel rond 19.22 uur onder. Begin oktober schuift dat moment verder naar voren.

Daarna komt eind oktober nog een veel grotere sprong op de klok. Wanneer we terugschakelen van zomertijd naar wintertijd, lijkt de avond in één klap veel korter te worden doordat zonsondergang op onze klok plots een uur vroeger staat.

De verandering die je nu in september merkt, verloopt dus geleidelijk, maar wel bijzonder snel. Rond de herfstequinox zitten we dicht bij de periode waarin de hoeveelheid daglicht van dag tot dag het sterkst verandert. Daarna blijven de dagen uiteraard korter worden, maar het dagelijkse verlies neemt geleidelijk weer af naarmate we richting de winterzonnewende trekken.