Wat we allemaal fout doen bij het barbecueën (en hoe het beter kan)
De zomer is nu echt begonnen. Er zijn heel wat mensen die deze zomer nog de barbecue gaan aansteken.
Zodra het mooi weer wordt, halen we massaal de barbecue boven. Een vleugje zon, wat vlees, een koud drankje en goed gezelschap: meer hebben we niet nodig voor een geslaagde zomeravond. Of toch? Want hoewel barbecuen simpel lijkt, maken we vaak dezelfde fouten. En sommige daarvan zijn niet alleen onhandig, maar ook ongezond of zelfs ronduit gevaarlijk.
Eén van de meest voorkomende fouten is dat we te ongeduldig zijn. Het vuur is nog volop aan het branden, maar het vlees wordt er al opgelegd. Op dat moment is de hitte nog niet stabiel genoeg. Het resultaat: zwartgeblakerde buitenkanten terwijl de binnenkant nog half rauw is. Pas als de kolen een witgrijze gloed hebben en het vuur is verdwenen, is de temperatuur ideaal om echt te grillen.
Vergeten punt
We willen vaak ook alles tegelijk bakken en leggen het rooster vol. Daardoor daalt de temperatuur en krijg je eerder gekookt dan gegrild vlees. Beter is het om in rondes te werken en je vlees de ruimte te geven. Ondertussen zien we nog vaak dat gemarineerd vlees vol olie rechtstreeks op het vuur belandt. Dat zorgt voor vlammen en verbrande stukjes, wat niet alleen bitter smaakt, maar ook ongezond is. Even droogdeppen voor je het op de barbecue legt, maakt al een groot verschil.
Een ander vaak vergeten punt is hygiëne. Rauw vlees en bereide groenten belanden maar al te vaak op hetzelfde bord. Dat is een recept voor kruisbesmetting. Aparte borden en tangen zijn echt geen overbodige luxe. En wie denkt dat het schoonmaken wel kan wachten tot de volgende keer, krijgt een bittere verrassing. Een vuil rooster zorgt voor rook, vieze smaken en een valse start. Even poetsen terwijl alles nog warm is, loont altijd.