Na protest van Anders: hoeveel dagen vakantie hebben politici eigenlijk elk jaar?

De Wever en De Gucht
Afbeelding bron: Photonews

Op 1 september trekken 1,2 miljoen kinderen opnieuw naar school, terwijl het parlementaire werk nog niet volledig op kruissnelheid is. Anders-voorzitter Frédéric De Gucht vindt dat niet langer kunnen. Zijn partij wil het zomerreces beperken tot één maand. Maar hoeveel dagen ligt het parlement volgens de kalender eigenlijk stil? En hoeveel reces is er buiten de zomer?

Anders wil parlement al half augustus herstarten

Anders wil dat het parlementaire jaar voortaan veel vroeger opnieuw op gang komt. Aanleiding is de start van het nieuwe schooljaar, wanneer volgens de partij ook de economie en het openbare leven opnieuw volop draaien.

“1,2 miljoen kinderen gaan morgen naar school, maar de politiek blijft op vakantie. Dat is niet meer van deze tijd”, zegt Anders-voorzitter Frédéric De Gucht in een bericht van zijn partij aan onze redactie.

Volgens De Gucht is het verschil met de rest van de samenleving bijzonder groot. Hij wijst op de problemen waarmee België momenteel wordt geconfronteerd: van de brand in de Hoge Venen en schietpartijen in Brussel tot de economische situatie, de hoge inflatie, de rente en de ontsporende begroting.

“Maar wat doet de politiek? Twee maanden het licht uit”, zegt De Gucht. “Stel je voor dat je dat als ondernemer doet met je bedrijf. Dan mag je binnen de kortste keren de boeken sluiten.” Anders wil daarom de parlementaire kalender grondig hervormen. Het zomerreces zou nog maximaal één maand mogen duren: van 15 juli tot 15 augustus. Politici zouden dan vanaf half augustus opnieuw voluit aan de slag gaan.

Zomerreces duurt in 2026 ruim zeven weken

Hoe groot is het verschil precies? Volgens de parlementaire kalender voor 2026 loopt het zomerreces van 19 juli tot en met 9 september. Wie beide data meetelt, komt uit op 53 kalenderdagen, ofwel bijna acht weken.

Het voorstel van Anders zou het zomerreces beperken tot 32 kalenderdagen. Dat betekent een verschil van 21 dagen. In verhouding zou het zomerreces daardoor met bijna 40 procent worden ingekort.

Toch is het belangrijk om niet te spreken over 53 dagen persoonlijke vakantie. Een parlementair reces betekent vooral dat de normale parlementaire werkzaamheden en plenaire vergaderingen worden onderbroken. Kamerleden kunnen tijdens zo'n periode nog altijd dossiers opvolgen, vergaderingen bijwonen, werkbezoeken afleggen en politiek actief blijven.

De Kamer kan bovendien tijdens een reces opnieuw worden samengeroepen wanneer dat nodig is. Het gaat dus om een onderbreking van de reguliere parlementaire kalender en niet om een wettelijk vastgelegd vakantieverlof zoals een werknemer dat kent. Dat neemt niet weg dat de duur van het zomerreces politiek gevoelig ligt. Precies daar richt de kritiek van Anders zich op.

Bijna 50 dagen reces buiten de zomer

Het zomerreces is bovendien niet de enige onderbreking van het parlementaire jaar. Wie de volledige parlementaire kalender bekijkt, ziet nog vijf andere recesperiodes: het herfstreces, kerstreces, krokusreces, paasreces en lentereces.

Samen zijn die periodes goed voor ongeveer 49 kalenderdagen. Het gaat daarbij om ongeveer één week herfstreces, twee weken kerstreces, één week krokusreces, twee weken paasreces en één week lentereces.

Wanneer die dagen worden opgeteld bij de 53 dagen zomerreces, kom je uit op ongeveer 102 kalenderdagen parlementair reces in een jaar. Dat komt neer op bijna 14,5 weken, of ongeveer drieënhalve maand.

Dat cijfer betekent opnieuw niet dat parlementsleden persoonlijk drieënhalve maand vakantie hebben. Het is het aantal kalenderdagen waarin de normale parlementaire kalender volgens deze indeling wordt onderbroken. Tijdens verschillende recesperiodes kan er wel degelijk parlementaire activiteit plaatsvinden.

De Kamer omschrijft haar werking dan ook niet als volledig stilgelegd tijdens de vakantieperiodes. Commissies kunnen bijvoorbeeld nog samenkomen en ook andere parlementaire activiteiten blijven mogelijk.

De Gucht: drie à vier weken vakantie moet volstaan

Voor Anders is vooral de vergelijking met de werkvloer belangrijk. De partij vindt dat politici niet in een uitzonderingspositie mogen zitten wanneer andere werknemers na enkele weken vakantie opnieuw aan de slag gaan. “In de privésector hebben de meeste mensen een 25-tal dagen vakantie. Alleen al in de zomer heeft de politiek er bijna dubbel zoveel”, stelt De Gucht.

Volgens hem is het niet duidelijk waarom de politiek zo'n lange zomeronderbreking nodig heeft. “Geen enkele sector heeft zo lang vakantie behalve het onderwijs, en zelfs daar staan die twee volledige maanden ter discussie.”

De oplossing die Anders naar voren schuift, is eenvoudig: het parlementaire zomerreces beperken tot maximaal één maand. De parlementen zouden sluiten van 15 juli tot 15 augustus en daarna opnieuw op volle kracht beginnen. “1,2 miljoen kinderen tonen morgen hoe het moet: de rug recht en er weer tegenaan”, zegt De Gucht. “Het is tijd dat de politiek dat voorbeeld volgt.”

Zijn partij pleit daarmee niet voor het afschaffen van alle recesperiodes, maar wel voor een grondige hervorming van de parlementaire kalender. Vooral de lange zomerpauze moet volgens Anders worden aangepakt.

Of het voorstel van Anders politiek haalbaar is, is een andere vraag. Maar met zijn oproep om al midden augustus opnieuw te beginnen, heeft De Gucht alvast een discussie geopend over een onderwerp dat jaarlijks terugkeert: hoe lang mag het parlementaire zomerreces eigenlijk duren?