Nieuwe regel in het verkeer: zo ben je vanaf 1 november zonder pardon je auto kwijt

verkeersbord e9e
Afbeelding bron: Shutterstock Bilanol/verkeersbord.be

Vanaf 1 november 2026 verandert de Belgische verkeerswetgeving voor bestuurders die ondanks een verval van het recht tot sturen toch achter het stuur kruipen. Wie daarvoor wordt veroordeeld, riskeert voortaan in principe ook de verbeurdverklaring van zijn eigen wagen.

Nieuwe wet maakt verbeurdverklaring de regel

De nieuwe maatregel vloeit voort uit de wet van 3 maart 2026, die op 31 augustus 2026 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd en op 1 november in werking treedt. De wet wijzigt artikel 50, § 2, van de Wegverkeerswet van 16 maart 1968. 

De kern van de wijziging is duidelijk: wanneer iemand wordt veroordeeld voor een overtreding bedoeld in artikel 48 van de Wegverkeerswet, moet de rechter in principe het voertuig verbeurdverklaren als het eigendom is van de bestuurder die het rijverbod heeft overtreden.

Tot nu toe kon de rechter die bijkomende straf opleggen. Vanaf november wordt ze het uitgangspunt. De rechter kan nog altijd beslissen om de auto niet verbeurd te verklaren, maar moet die afwijking dan uitdrukkelijk motiveren.

Het gaat dus niet om een algemene regel waarbij iedereen die zonder geldig rijbewijs rijdt automatisch zijn wagen verliest. De nieuwe verplichting heeft specifiek betrekking op de wettelijke situatie van rijden ondanks een verval van het recht tot sturen. Voor wie een rijverbod heeft dus.

Niet elke bestuurder zonder rijbewijs valt onder de nieuwe regel

Een belangrijk onderscheid is dat tussen rijden zonder het vereiste rijbewijs en rijden ondanks een rechterlijk opgelegd verval van het recht tot sturen. De nieuwe maatregel viseert die laatste situatie.

Wie zijn rijbewijs thuis heeft laten liggen, valt niet louter daardoor onder deze nieuwe regeling. Ook het feit dat iemand nooit een rijexamen heeft afgelegd, betekent op zichzelf niet dat de auto op basis van deze specifieke wetswijziging verplicht verbeurd wordt verklaard.

Ook het eigendom van de wagen speelt een belangrijke rol. De nieuwe verplichting geldt wanneer het voertuig eigendom is van de bestuurder die voor de overtreding wordt veroordeeld. Wie met de auto van iemand anders rijdt, valt niet automatisch onder dezelfde verplichte verbeurdverklaring op basis van deze bepaling. Andere juridische omstandigheden kunnen wel een rol spelen.

De rechter kan uitzonderingen toestaan

Hoewel de verbeurdverklaring vanaf 1 november de regel wordt, is ze niet absoluut. De wet laat de rechter toe om in een concreet dossier anders te beslissen. Dat moet wel uitdrukkelijk worden gemotiveerd.

De bedoeling van die mogelijkheid is dat rekening kan worden gehouden met bijzondere omstandigheden. In de parlementaire voorbereiding worden onder meer medische situaties als mogelijke aanleiding voor een afwijking besproken. Het blijft uiteindelijk aan de rechter om de concrete feiten en omstandigheden te beoordelen.

De wijziging betekent dus niet dat iedere betrokken bestuurder zonder enige beoordeling automatisch zijn auto verliest. Wel verandert de juridische uitgangspositie: de rechter moet de wagen in principe verbeurd verklaren wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

Wat gebeurt er met een verbeurdverklaarde auto?

Wanneer de rechter de verbeurdverklaring uitspreekt, verliest de veroordeelde bestuurder definitief het eigendomsrecht over het betrokken voertuig. De wagen wordt eigendom van de staat en kan vervolgens openbaar worden verkocht. De opbrengst vloeit naar de schatkist.

De maatregel is daarmee meer dan een tijdelijke inbeslagname. Het gaat om een bijkomende straf met financiële gevolgen voor de bestuurder, boven op de andere sancties die voor de verkeersovertreding kunnen gelden.

Voor automobilisten is vooral belangrijk dat ze een opgelegd rijverbod strikt naleven. Wie toch rijdt, riskeert niet alleen een nieuwe veroordeling, maar vanaf 1 november 2026 ook het verlies van zijn eigen voertuig. De wettelijke wijziging maakt de gevolgen van rijden ondanks een verval van het recht tot sturen dus aanzienlijk zwaarder.