Weggebruikers laten zich verrassen door deze verkeersregel over het ontdooien van je voorruit

ontwasemen autoruiten
Afbeelding bron: beeld gecreëerd met ai

Een bevroren voorruit komt zelden gelegen wanneer je ’s morgens wilt vertrekken. De motor starten en de verwarming laten werken, voelt dan als een logische eerste stap. Terwijl de auto langzaam opwarmt, kun je verder krabben of nog snel iets binnen halen. Toch maakt het voor de regels een verschil waarom die motor blijft draaien. En tegelijk mag je ook niet vertrekken met onvoldoende zicht.

Stationair draaien mag niet zomaar

Je mag je auto op de openbare weg niet zonder noodzaak stationair laten draaien. Artikel 8.6 van de verkeersregels maakt daarop alleen een uitzondering wanneer het noodzakelijk is. Hetzelfde artikel verbiedt ook herhaaldelijk gas geven terwijl de motor in vrijloop draait.

De regel over een stationair draaiende motor bevat geen algemene uitzondering voor koude ochtenden. Er staat dus niet dat je tijdens vriesweer automatisch enkele minuten mag blijven draaien. Een aangenamere temperatuur in het interieur is op zichzelf geen vrijgeleide.

Dat betekent ook dat ‘ik vertrek straks’ niet voldoende is om de motor intussen onbeperkt te laten werken. De uitzondering draait om noodzaak, niet om het feit dat er later een rit volgt. Een auto laten opwarmen terwijl je zelf nog binnen ontbijt, kun je daarom niet zomaar gelijkstellen met een noodzakelijke handeling voor het vertrek.

Ruiten vrijmaken vraagt een genuanceerd antwoord

Bij het ontdooien en ontwasemen ligt het minder eenvoudig dan bij het verwarmen van de zetels of het interieur. Vrij zicht is immers nodig om veilig te kunnen rijden. Wanneer de motor noodzakelijk is om dat zicht te verkrijgen of te behouden, kan de uitzonderingsbepaling relevant zijn.

Maar daaruit volgt geen automatische toestemming om bij elke ijslaag de motor te starten. Het wetsartikel omschrijft niet afzonderlijk wanneer ruitontdooiing precies als noodzakelijk geldt. De concrete omstandigheden blijven dus belangrijk. Alleen zeggen dat je de ruiten wilde ontdooien, bewijst op zichzelf niet dat langdurig stationair draaien nodig was.

Er is bovendien een verschil tussen ijs aan de buitenkant en condens aan de binnenkant. Een ijskrabber verwijdert de ijslaag buiten op het glas. Voor beslagen ruiten binnenin spelen ventilatie en ontwaseming een andere rol. Daardoor kun je beide situaties niet zonder meer onder hetzelfde eenvoudige ja-of-nee-antwoord schuiven.

Met een klein kijkgaatje vertrekken mag evenmin

De beperking op stationair draaien verandert niets aan de verantwoordelijkheid om voldoende zicht te hebben. Met een klein vrijgemaakt stukje voorruit vertrekken en hopen dat de rest onderweg verdwijnt, is geen veilige oplossing. Ook zijwaarts moet je andere weggebruikers kunnen opmerken en je spiegels moeten bruikbaar zijn.

Rijden met bevroren of beslagen ruiten kan tot een bekeuring leiden wanneer het zicht onvoldoende is en daardoor gevaar ontstaat. Dat gaat verder dan de vraag of je door de voorruit de auto voor je kunt zien. Ook bij het verlaten van een parkeerplaats, afslaan en oversteken van een fietspad is een ruim zicht nodig.

Een ijskrabber en geschikte ontdooispray kunnen helpen om ijs buiten op het glas weg te krijgen. De verwarming op ruitenstand kan het ontdooien ondersteunen, maar die technische mogelijkheid heft de regels over onnodig draaien niet op. Dat een knop in de auto daarvoor bedoeld is, bepaalt dus niet automatisch hoe lang de motor mag blijven werken.

In Wallonië geldt ook een afzonderlijke milieuregel

Naast de algemene verkeersregels bestaat in Wallonië een bijkomende verplichting. Wanneer een voertuig tot stilstand komt op een plaats waar stoppen of parkeren toegelaten is, moet de bestuurder de motor rechtstreeks uitschakelen. Die bepaling staat in de Waalse regels tegen luchtverontreiniging door voertuigen.

Het decreet noemt specifieke uitzonderingen, onder meer voor bepaalde hulpverleningsvoertuigen, speciale uitrusting en een technisch probleem waarbij de motor moet blijven draaien. Het ontdooien van de ruiten van een gewone personenauto wordt niet als afzonderlijke uitzondering opgesomd. De algemene noodzaakbepaling uit de verkeersregels geeft daar dus niet vanzelf een uitzondering op die bijkomende milieuregel.