Vijf keer zoveel nieuwe leefloners in Brussel en Wallonië als in Vlaanderen: miljoenen extra kosten

bank sparen
Afbeelding bron: pexels

De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen lijkt een opvallend effect te hebben op de instroom in het leefloon. In de eerste vier maanden van 2026 stroomden volgens cijfers die Kamerlid Ellen Samyn (Vlaams Belang) opvroeg bij minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA), 29.839 mensen die hun werkloosheids- of inschakelingsuitkering verloren door naar het leefloon. Volgens de cijfers kwamen er bijna vijf keer zoveel nieuwe leefloners bij in Brussel en Wallonië als in Vlaanderen.

Opvallend verschil tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië

De cijfers tonen een duidelijk verschil tussen de drie gewesten. In Vlaanderen steeg het aantal leefloners met 5.066, een toename van 9,7 procent. In Brussel kwamen er 7.542 leefloners bij, goed voor een stijging van 16 procent. Wallonië springt er nog sterker uit. Daar kwamen er volgens de cijfers 17.060 nieuwe leefloners bij, waardoor het aantal met 20,8 procent toenam.

Brussel en Wallonië samen zijn daarmee goed voor 24.602 bijkomende leefloners, tegenover 5.066 in Vlaanderen. Dat betekent dat er in beide Franstalige gewesten samen bijna vijf keer zoveel nieuwe leefloners bijkwamen als in Vlaanderen. Dat verschil valt des te meer op omdat Vlaanderen meer inwoners telt dan Brussel en Wallonië samen.

cijfers leefloon na verlies werkloosheidsuitkering

Hervorming van werkloosheidsuitkeringen als aanleiding

De cijfers worden gekoppeld aan de werkloosheidshervorming van de federale regering-De Wever. Die hervorming beperkt de duur van de werkloosheidsuitkering, waardoor een deel van de betrokken werkzoekenden na het wegvallen van hun uitkering een beroep kan doen op het leefloon als zij aan de voorwaarden daarvoor voldoen.

Het leefloon is geen automatische vervanging van een werkloosheidsuitkering. Het gaat om een vorm van maatschappelijke dienstverlening voor mensen die onvoldoende bestaansmiddelen hebben en die aan de wettelijke voorwaarden voldoen. De toekenning gebeurt via het OCMW.

Toch kan een hervorming van de werkloosheidsuitkeringen gevolgen hebben voor het aantal mensen dat bij een OCMW aanklopt. Wanneer een werkzoekende zijn uitkering verliest en niet meteen voldoende inkomen uit werk heeft, kan het leefloon een belangrijk vangnet worden.

Volgens de door Samyn aangehaalde cijfers steeg het totale aantal leefloners van 182.245 vóór de hervorming tot 215.005. De bijkomende instroom bestaat volgens de cijfers uit mensen die hun werkloosheids- of inschakelingsuitkering verloren en vervolgens in het leefloon terechtkwamen. 

Vooral Wallonië kent sterke stijging

De regionale cijfers trekken vooral de aandacht in Wallonië. Met 17.060 bijkomende leefloners ligt de toename daar ruim drie keer hoger dan in Vlaanderen. In Brussel gaat het om 7.542 extra leefloners. Vlaanderen telt met 5.066 nieuwe leefloners dus aanzienlijk minder bijkomende dossiers.

Volgens Samyn is dat verschil niet toevallig. "Eén federale hervorming, en toch een compleet ander resultaat naargelang de regio", merkt ze op. "Dit zegt alles over hoe verschillend werkzoekenden in dit land worden opgevolgd."

Daarmee legt het Kamerlid de link met de manier waarop werkzoekenden in de verschillende gewesten worden begeleid naar werk. De cijfers op zichzelf tonen vooral aan dat de instroom in het leefloon regionaal sterk verschilt.

Extra kost voor de federale overheid

De grotere instroom in het leefloon heeft volgens de aangehaalde cijfers ook een financiële impact. De bijkomende leefloners zouden de federale overheid naar schatting 426 miljoen euro per jaar extra kosten. Volgens Samyn komt het totale kostenplaatje van het leefloon daardoor boven 3 miljard euro per jaar uit.

De financiering van het leefloon is een federale aangelegenheid, terwijl de OCMW's instaan voor de uitvoering en begeleiding van mensen die een leefloon ontvangen. De discussie over de kostprijs gaat daardoor over zowel het federale begrotingsbeleid als de werking van de lokale sociale diensten.

Kritiek op opvolging van nieuwe leefloners

Samyn uit daarnaast kritiek op de manier waarop de nieuwe leefloondossiers worden opgevolgd. "De cijfers tonen een gigantisch verschil tussen Vlaanderen en Franstalig België, en Van Bossuyt geeft dus zelf toe dat ze niet opvolgt wat er met al die dossiers gebeurt", besluit ze.

Die uitspraak past in een bredere politieke discussie over de gevolgen van de beperking van de werkloosheidsduur. Voorstanders van de hervorming wijzen op het belang van een sterkere activering en een snellere overgang naar werk. Critici vrezen dan weer dat een deel van de mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen niet aan de slag gaat, maar doorschuift naar het leefloon.

Wordt het leefloon het nieuwe vangnet na werkloosheid?

De komende maanden zullen daarom belangrijk zijn om te beoordelen of de opvallende cijfers een tijdelijk effect zijn of wijzen op een structurele verschuiving. Vooral de vraag wat er met de nieuwe leefloners gebeurt, is daarbij cruciaal.

Geraken zij opnieuw aan het werk, blijven ze langdurig afhankelijk van het leefloon of stromen ze door naar een ander sociaal statuut? Zonder die informatie vertellen de instroomcijfers slechts een deel van het verhaal. Wel is duidelijk dat de werkloosheidshervorming niet alleen gevolgen heeft voor mensen die hun uitkering verliezen. Ook de OCMW's krijgen te maken met de gevolgen en de federale overheid wordt geconfronteerd met een mogelijke bijkomende uitgavenpost.