Professor arbeidseconomie Stijn Baert maakt zich écht zorgen: "Een sluipend gif"
De Belgische arbeidsmarkt koelt verder af en dat begint volgens professor arbeidseconomie Stijn Baert steeds meer zorgen te baren. Het aantal vacatures in België blijft dalen, terwijl eerder werd verwacht dat de vraag naar werknemers opnieuw zou aantrekken. Volgens de econoom is de terugval bovendien niet langer uitsluitend te verklaren door een zwakke conjunctuur.
Recente cijfers van Statbel bevestigen dat de dalende trend aanhoudt. In het eerste kwartaal van 2026 waren er nog 140.462 vacatures bij Belgische ondernemingen, tegenover 145.896 in het laatste kwartaal van 2025. Op jaarbasis betekent dat een daling van 17,6 procent. De vacaturegraad zakte in dezelfde periode van 3,50 naar 3,42 procent. Voor Baert is vooral het feit dat de verwachte heropleving uitblijft reden tot bezorgdheid.
Stijn Baert: "Ik maak me voor het eerst echt wel zorgen"
In een interview in De Ochtend op Radio 1 zegt Stijn Baert dat hij de evolutie niet langer zomaar als een normale conjuncturele beweging beschouwt. "Ik heb de afgelopen jaren altijd verwezen naar de conjunctuur, maar nu begin ik mij voor het eerst toch echt zorgen te maken dat er een aantal structurele factoren zijn."
Volgens Baert bevindt de Belgische economie zich momenteel niet in een echte crisis, maar is er evenmin sprake van sterke economische groei. "Op dit moment is de economie niet echt in crisis, maar is die wel gezapig, er is geen grote groei." Dat zorgt voor een bijzonder arbeidsmarktbeeld. Bedrijven zijn voorzichtig met nieuwe aanwervingen, terwijl het aantal beschikbare vacatures ondertussen veel lager ligt dan tijdens de sterke economische heropleving van 2022.
Aantal vacatures blijft dalen
De cijfers van Statbel maken duidelijk hoe sterk de arbeidsmarkt de voorbije jaren is afgekoeld. In het eerste kwartaal van 2026 telde België 140.462 vacatures. Een kwartaal eerder waren dat er nog 145.896. Daarmee verdwenen op drie maanden tijd 5.434 vacatures.
De terugval is nog duidelijker wanneer de vergelijking met een jaar eerder wordt gemaakt. Het aantal vacatures lag in het eerste kwartaal van 2026 maar liefst 17,6 procent lager dan in het eerste kwartaal van 2025. Ook de vacaturegraad daalde op jaarbasis van 4,13 naar 3,42 procent. Daarmee bevindt de Belgische arbeidsmarkt zich ver onder de uitzonderlijke niveaus van 2022. Dat jaar vormde een piek na de coronacrisis, toen ondernemingen massaal opnieuw personeel zochten.
"Zeer rode cijfers" in bijna alle sectoren
Volgens Baert is de daling breed verspreid over de Belgische economie. "Er zijn serieuze dalingen, zeker in het bank- en financiewezen en in een aantal industriële sectoren, in de horeca, bijna in alle sectoren." De bouw vormt volgens hem een belangrijke uitzondering. Daar is het aantal vacatures volgens Baert ongeveer constant gebleven. Ook in de landbouw ziet hij nog een beperkte vooruitgang.
Maar voor het grootste deel van de economie is het beeld volgens de professor negatief. "De bouw is een uitzondering, daar is het aantal vacatures constant gebleven en in de landbouw zie je een kleine vooruitgang, maar voor de rest zeer rode cijfers."
De officiële Statbel-cijfers tonen eveneens dat de vacaturegraad in het eerste kwartaal van 2026 vooral sterk terugviel in de groot- en detailhandel en de horeca. In de ICT-sector was er daarentegen opnieuw een stijging, waardoor die sector de hoogste vacaturegraad van België heeft.
Vooral kortgeschoolden worden getroffen
De daling beperkt zich niet tot één opleidingsniveau. Volgens Baert neemt het aantal vacatures af voor zowel hoog-, midden- als kortgeschoolden. De terugval is volgens hem echter het meest uitgesproken bij kortgeschoolden. "Voor alle opleidingsniveaus gaat het aantal vacatures omlaag, maar het is het meest uitgesproken voor kortgeschoolden", zegt hij.
Dat is belangrijk omdat de arbeidsmarkt voor kortgeschoolden traditioneel al kwetsbaarder is. Wanneer werkgevers minder nieuwe mensen zoeken, kunnen kandidaten met minder formele kwalificaties sneller concurrentie ondervinden.
Tegelijk betekent de daling van het aantal vacatures niet dat alle personeelstekorten verdwenen zijn. Vlaanderen kampt bijvoorbeeld nog altijd met een aanzienlijk aantal knelpuntberoepen. VDAB stelt in zijn overzicht voor 2026 dat de arbeidsmarkt minder krap is geworden, maar dat werkgevers voor een aanzienlijk aantal profielen nog steeds moeilijk kandidaten vinden.
Waarom is de daling van vacatures zorgwekkend?
Een dalend aantal vacatures is op zichzelf niet noodzakelijk slecht nieuws. Wanneer een economie oververhit raakt en bedrijven uitzonderlijk veel personeel zoeken, kan een normalisering van het aantal vacatures zelfs gezond zijn. Het probleem ontstaat wanneer de terugval langdurig blijft aanhouden en niet gevolgd wordt door de verwachte heropleving. Dat is precies wat Baert zorgen baart.
Volgens de professor werd de daling de voorbije jaren vaak verklaard vanuit de conjunctuur. Na de uitzonderlijke economische heropleving na corona was het logisch dat het aantal vacatures opnieuw zou dalen. Maar ondertussen blijft die beweging doorgaan.
Baert wijst erop dat er eerder werd verwacht dat de arbeidsmarkt opnieuw zou aantrekken. "De Nationale Bank verwachtte dat er in 2026, 2027 en 2028 net meer jobs zouden bijkomen." Dat vooruitzicht maakt de huidige cijfers volgens hem extra opvallend. "Het is al jarenlang een achteruitgang terwijl we verwachten dat die vacatures terug zouden aantrekken."
Belgische concurrentiekracht speelt volgens Baert een rol
Baert ziet naast de conjunctuur ook structurele factoren die de Belgische arbeidsmarkt onder druk kunnen zetten. Hij verwijst daarbij naar de concurrentiekracht van Belgische ondernemingen. "De Nationale Bank waarschuwt al heel lang voor de achteruitgang van onze concurrentiekracht, dat wil zeggen onze bedrijven in vergelijking met bedrijven in het buitenland."
Volgens Baert roept dat een fundamentele vraag op: hoe aantrekkelijk is België voor bedrijven die nieuwe jobs willen creëren? Hij wijst daarbij onder meer naar de hoge loonlasten, administratieve rompslomp en het relatief grote aantal mensen dat niet actief is op de arbeidsmarkt. "Je ziet dan hoge loonlasten in ons land, veel administratieve rompslomp en vrij weinig mensen die op zoek gaan naar een job, we hebben veel inactieven."
Volgens de professor kunnen die factoren zich geleidelijk opstapelen. "Die factoren zijn een beetje een sluipend gif. We beginnen die effecten nu toch te zien."
Ook AI kan de arbeidsmarkt veranderen
Naast de economische conjunctuur en de concurrentiekracht noemt Baert nog een derde factor: automatisering door artificiële intelligentie. "Daarnaast is er ook de automatisering door AI dat in een aantal sectoren zijn effect kan hebben", zegt hij.
De impact van AI op de werkgelegenheid is vandaag nog moeilijk exact te bepalen. Technologie kan bepaalde taken automatiseren, maar kan tegelijk ook nieuwe functies en economische activiteiten creëren. De mogelijke impact verschilt bovendien sterk per sector en beroep.
Voor Baert is AI echter wel een factor waarmee rekening moet worden gehouden wanneer naar de evolutie van de vacatures wordt gekeken. Het is volgens hem een mogelijke structurele verandering bovenop de klassieke economische schommelingen.
Vlaanderen blijft goed voor bijna twee derde van alle vacatures
Hoewel de vacaturemarkt in alle gewesten onder druk staat, blijft Vlaanderen de belangrijkste regio voor vacatures in België. In het eerste kwartaal van 2026 bevond 65,73 procent van alle vacatures zich in het Vlaams Gewest. Wallonië was goed voor 21,39 procent en Brussel voor 12,88 procent.
Ook de vacaturegraad ligt in Vlaanderen hoger. Die bedroeg in het eerste kwartaal 3,83 procent, tegenover 2,94 procent in Brussel en 2,78 procent in Wallonië. De Vlaamse arbeidsmarkt blijft daarmee relatief krap, maar ook hier is de afkoeling duidelijk zichtbaar.
"Ik maak me voor het eerst echt wel zorgen"
De opvallendste boodschap uit het interview van Stijn Baert is dat hij niet langer alleen naar de economische conjunctuur kijkt. "Ik maak me voor het eerst echt wel zorgen", besluit hij. De officiële cijfers geven daar alvast context bij. België telde in het eerste kwartaal van 2026 nog 140.462 vacatures, 17,6 procent minder dan een jaar eerder. De vacaturegraad zakte naar 3,42 procent. Tegelijk blijven bepaalde sectoren en knelpuntberoepen met personeelstekorten kampen.
De Belgische arbeidsmarkt is dus niet simpelweg veranderd van een situatie met te weinig werknemers naar een situatie met te veel werkzoekenden. Het beeld is complexer: bedrijven zoeken in het algemeen minder nieuwe werknemers, terwijl voor bepaalde functies nog altijd moeilijk geschikte kandidaten worden gevonden.
De grote vraag is nu of de vacaturemarkt opnieuw zal aantrekken, zoals eerder werd verwacht. Als dat herstel uitblijft, kunnen de structurele factoren waar Baert voor waarschuwt steeds belangrijker worden voor de Belgische economie en werkgelegenheid.