Nieuwe bijdrage van 13% op flexi-jobs?

flexi-jobs flexijob
Afbeelding bron: Pexels/Pixabay

Flexi-jobs zijn populair omdat werknemers er relatief veel netto aan kunnen overhouden. Maar precies dat voordeel roept vragen op over de gevolgen voor de gewone arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Volgens professor arbeidseconomie Stijn Baert dreigt een deel van de werknemers minder uren te werken in hun hoofdberoep om die te vervangen door fiscaal voordelig flexiwerk. Hij pleit daarom niet voor een afschaffing van het systeem, maar wel voor een gerichte bijdrage voor wie er veel mee verdient.

Eén op vijf wil minder werken in de hoofdjob

Partena Professional bevroeg samen met onderzoeksbureau iVOX tussen 28 september en 5 oktober 2026 1.000 Belgische werknemers. Van de werknemers die de komende twaalf maanden een flexi-job overwegen, zegt 22 procent dat ze daarvoor minder uren willen werken in hun hoofdberoep. Bij werknemers die het afgelopen jaar al een flexi-job deden, geeft 17,3 procent aan dat ze hun uren in de hoofdjob hebben verminderd om tijd vrij te maken voor flexiwerk.

Vooral bij arbeiders is die verschuiving opvallend. Van de arbeiders die een flexi-job overwegen, denkt 43 procent eraan om minder te werken in hun hoofdberoep. Bij bedienden bedraagt dat aandeel 19,2 procent en bij ambtenaren 10,2 procent.

Voor Stijn Baert zijn die cijfers een belangrijk signaal. "Dat is natuurlijk problematisch. Het lijkt een eerste harde indicatie van ‘crowding out’: reguliere werkuren, waarop veel belastingen en socialezekerheidsbijdragen worden betaald, dreigen plaats te maken voor uren die de sociale zekerheid veel minder opleveren", schrijft hij op X.

Met andere woorden: als iemand minder uren werkt in een gewone job en die uren vervangt door fiscaal voordelig flexiwerk, kan dat de inkomsten van de overheid en de sociale zekerheid onder druk zetten. Het gaat daarbij niet om werknemers die boven op hun bestaande werkuren extra presteren, maar om een mogelijke verschuiving tussen twee soorten tewerkstelling.

Meer netto verdienen is de belangrijkste motivatie

Waarom kiezen werknemers voor flexi-jobs? Het financiële voordeel speelt een grote rol. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 59,4 procent van de werknemers die recent een flexi-job deden of er een plannen, vooral gemotiveerd is doordat ze netto meer overhouden dan bij gewoon werk. Flexibiliteit staat op de tweede plaats, met 22,9 procent.

Een werknemer die bijvoorbeeld vier vijfde werkt en daarnaast een flexi-job doet, kan daardoor financieel beter uitkomen dan iemand die dezelfde hoeveelheid werk uitsluitend via een gewone arbeidsovereenkomst verricht. Dat maakt het systeem interessant voor werknemers die hun inkomen willen verhogen, maar kan tegelijk een ongewenste stimulans vormen om reguliere arbeidsuren af te bouwen.

Stijn Baert stelt een bijdrage van 13 procent voor

Baert wil het systeem niet drastisch hervormen. Hij stelt voor om vooral flexi-jobbers die jaarlijks veel verdienen, een deel te laten bijdragen aan de sociale zekerheid. Zo wil hij het financiële voordeel voor bijkomende flexi-uren grotendeels behouden, maar de prikkel om gewone arbeidsuren te vervangen verkleinen.

"Wie echt veel verdient met flexi-werk, iets meer laten bijdragen aan de sociale zekerheid. Concreet: wie meer dan 6.000 euro per jaar verdient met een flexi-job, betaalt op het bedrag boven die grens 13% werknemersbijdrage", zo luidt het voorstel van de professor.

"6.000 euro komt al overeen met ongeveer één dag per week werken tegen een gemiddeld flexiloon. Wie daarboven gaat, zou toch ook een bijdrage mogen leveren."

Het voorstel betekent dat de eerste 6.000 euro aan inkomsten uit flexiwerk buiten deze bijkomende werknemersbijdrage zou blijven. Alleen het gedeelte boven die grens zou aan 13 procent worden onderworpen. Wie bijvoorbeeld 8.000 euro per jaar verdient met een flexi-job, zou volgens dit voorstel dus een bijdrage betalen op 2.000 euro, niet op het volledige bedrag.

Eerlijker tegenover werknemers met een gewoon contract

Volgens Baert moet de maatregel niet alleen extra inkomsten opleveren voor de sociale zekerheid, maar ook het verschil verkleinen tussen werknemers die hetzelfde werk doen onder verschillende statuten.

"Op die manier wordt het een stuk minder interessant om drastisch te schuiven van gewone uren naar flexi-uren, komt er wat meer geld binnen voor de schatkist én maken we het systeem een stuk eerlijker tegenover de werknemer met een normaal contract die naast je hetzelfde werk staat te doen, maar wel de volle pot aan bijdragen betaalt."

De discussie draait daarmee niet noodzakelijk om het afschaffen van flexi-jobs. Ze gaat vooral over de vraag hoe het systeem zo kan worden ingericht dat het extra werk stimuleert, zonder werknemers aan te moedigen hun gewone contract terug te schroeven om netto meer over te houden.