Wie gaat onze sociale zekerheid betalen? Stijn Baert wijst op 1,5 miljoen inactieven
België kampt volgens professor Arbeidseconomie Stijn Baert met een fundamenteel probleem: een te groot deel van de bevolking op arbeidsleeftijd werkt niet en zoekt ook geen werk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de arbeidsmarkt, maar ook voor de financiering van de sociale zekerheid en de houdbaarheid van de Belgische welvaartsstaat. Hij stelt dat politici moeten ingrijpen door niet werken onaantrekkelijker te maken.
Baert wijst op een duidelijke achterstand tegenover andere Europese landen. "Ondertussen hebben zo maar even 10 Europese landen de 80% werkzaamheidsgraad bereikt. België blijft steken op 72,8% en de achterstand op het Europese gemiddelde is er de laatste 10 jaar alleen maar groter op geworden", stelt hij op X.
Die cijfers maken duidelijk dat België er onvoldoende in slaagt om mensen tussen 20 en 64 jaar aan het werk te krijgen. Terwijl andere Europese landen een steeds groter deel van hun bevolking op arbeidsleeftijd laten deelnemen aan de arbeidsmarkt, blijft België achter.
België telt 1,5 miljoen inactieven
De situatie wordt nog duidelijker wanneer wordt gekeken naar het aantal mensen dat niet werkt én niet actief op zoek is naar werk. Volgens Baert telt België maar liefst 1,5 miljoen inactieven tussen 20 en 64 jaar. "Enkel Italië en Roemenië kennen meer inactieven dan België. Dat wil zeggen: mensen die niet werken en ook geen werk zoeken tussen de 20 en 64 jaar. Ze zijn met 1,5 miljoen!"
Het gaat daarbij om een brede groep met verschillende achtergronden en situaties. Het grote aantal inactieven is volgens Baert een belangrijke uitdaging voor België. De centrale vraag is hoe meer mensen die wel kunnen werken, opnieuw kunnen worden geactiveerd en naar de arbeidsmarkt kunnen worden begeleid.
Opvallend in de cijfers van Baert is eveneens dat personen met een migratieachtergrond van buiten de Europese Unie een groot aandeel vormen bij de inactieven. "4 op 10 van alle werklozen tussen de 20 en 64 jaar zijn niet EU-migrant."
Meer werkenden zijn nodig om de sociale zekerheid te dragen
Een hoge werkzaamheidsgraad is volgens de professor van groot belang voor de toekomst van de sociale zekerheid. Wie werkt, draagt via belastingen en sociale bijdragen bij aan de financiering van onder meer pensioenen, gezondheidszorg en sociale uitkeringen.
Wanneer relatief weinig mensen werken, moet een kleinere groep werkenden een groter deel van de financiering van de welvaartsstaat dragen. Tegelijk neemt de druk toe door de vergrijzing en de stijgende kosten van onder meer pensioenen en gezondheidszorg.
Baert vat het probleem scherp samen: "Een hele uitdaging voor onze welvaartsstaat: gelijkaardige profielen dragen in andere landen wél bij tot de sociale zekerheid, bij ons leunen ze er veel vaker op."
1ï¸â£0ï¸â£.
Ondertussen hebben zo maar even 10 Europese landen de 80% werkzaamheidsgraad bereikt.
België blijft steken op 72,8% en de achterstand op het Europese gemiddelde is er de laatste 10 jaar alleen maar groter op geworden.
Enkel Italië en Roemenië kennen meer inactieven… pic.twitter.com/SRxgoMyNJi— Stijn Baert (@Stijn_Baert) August 25, 2026
België kan volgens Baert leren van andere Europese landen
Dat verschillende Europese landen inmiddels een werkzaamheidsgraad van 80 procent hebben bereikt, toont volgens Baert dat verbetering mogelijk is. België hoeft het wiel daarbij niet volledig zelf uit te vinden. "We kunnen immers heel wat leren van onderzoek naar hervormingen in de beter presterende landen."
De discussie over de Belgische arbeidsmarkt gaat daarom niet alleen over het creëren van nieuwe jobs. In veel sectoren zijn er al vacatures, terwijl werkgevers moeite hebben om geschikt personeel te vinden. De uitdaging bestaat er ook in om meer mensen die vandaag niet actief zijn op de arbeidsmarkt te bereiken, op te leiden en te begeleiden. Dat kan betekenen dat drempels om te werken worden weggewerkt, maar volgens Baert is alleen werken aantrekkelijker maken niet voldoende.
"Niet werken onaantrekkelijker maken"
Volgens Stijn Baert moet de politiek bereid zijn om ook naar de andere kant van de vergelijking te kijken. Als de overheid wil dat meer mensen gaan werken, moet werken aantrekkelijk zijn. Maar er moet volgens hem ook worden nagedacht over de vraag hoe aantrekkelijk het is om niet te werken wanneer iemand wel in staat is om deel te nemen aan de arbeidsmarkt.
"Alleen betekent werken aantrekkelijker maken en werken stimuleren typisch ook: niet werken onaantrekkelijker maken." Niet werken onaantrekkelijker maken betekent niet dat mensen die door ziekte, een beperking of andere ernstige omstandigheden niet kunnen werken zomaar minder bescherming moeten krijgen. De sociale zekerheid blijft essentieel voor mensen die ondersteuning nodig hebben.
De discussie gaat vooral over mensen die in staat zijn om te werken, maar vandaag niet deelnemen aan de arbeidsmarkt. Volgens Baert moet het financiële en beleidsmatige verschil tussen werken en niet werken voldoende groot zijn om meer mensen naar werk te leiden.
Politieke moed is volgens Baert noodzakelijk
Juist dat laatste maakt het debat bijzonder moeilijk. Een groot deel van de bevolking bevindt zich volgens Baert momenteel buiten de arbeidsmarkt. Hervormingen die de prikkels rond niet werken veranderen, kunnen daardoor politiek gevoelig liggen. "En met een zeer groot deel van het electoraat dat momenteel inactief is, is daar natuurlijk veel politieke moed voor nodig", zegt Baert.
Volgens zijn analyse is de uitdaging dus niet alleen economisch, maar ook politiek. Er bestaat een brede consensus dat de werkzaamheidsgraad omhoog moet en dat meer mensen aan het werk nodig zijn om de economie en de sociale zekerheid te ondersteunen. De concrete maatregelen om dat te bereiken, zorgen echter vaak voor discussie.
Politieke partijen moeten daarbij een evenwicht vinden tussen voldoende sociale bescherming en voldoende stimulansen om mensen die kunnen werken ook daadwerkelijk naar de arbeidsmarkt te begeleiden.
België kan zich niet veroorloven om een zo groot deel van de bevolking op arbeidsleeftijd langdurig buiten de arbeidsmarkt te houden, zeker niet wanneer andere Europese landen erin slagen een aanzienlijk hogere werkzaamheidsgraad te bereiken.