Frank Vandenbroucke teruggefloten: Verbod inzake tabak en sigaretten opgeheven
Een verbod dat minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke invoerde inzake de verkoop van tabak en sigaretten in (grote) supermarkten wordt opgeheven. Het Grondwettelijk Hof vindt het verbod discriminerend.
Strijd voor een rookvrije generatie
Vandenbroucke (Vooruit) is de strijd tegen roken en vapen volop aan het voeren, om uiteindelijk tot een rookvrije generatie te komen. Een van de maatregelen die hij als minister nam, was de invoering van een verbod op de verkoop van tabakswaren in voedingswinkels met een oppervlakte van meer dan 400 vierkante meter.
Concreet betekende dit dat grote supermarkten niet langer tabak en sigaretten mochten aanbieden aan de klanten. Terwijl kleine winkels dat wel mochten blijven doen. En daar knelde het schoentje.
"Kunnen dagbladhandelaars en nachtwinkels tabak 'gezonder' verkopen dan voedingswinkels?"
Buurtsuper.be, de UNIZO-organisatie van speciaalzaken en zelfstandige supermarkten aangesloten bij Albert Heijn, Alvo, Carrefour, Delhaize, Jumbo, Lambrechts en Spar Colruyt Group, trok naar het Grondwettelijk Hof.
"Wij zijn zonder meer voorstander van een verkoopverbod op tabak, maar we verwijzen naar het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en de ongeoorloofde discriminatie die de wet creëert tussen winkels onderling", schreef Buurtsuper.be eerder al.
Volgens Buurtsuper.be zou de maatregel ook gewoon een verschuiving betekenen van de tabaksverkoop van voedingswinkels naar tabakswinkels, dagbladhandelaars, benzinestations en nachtwinkels.
"De vraag is in welke mate die andere winkels tabak op een 'gezondere' manier kunnen verkopen dan de voedingswinkels die worden uitgesloten."
Wat besliste het Grondwettelijk Hof?
Het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat het onderscheid dat gemaakt werd tussen grote winkels en kleine winkels discriminerend en bijgevolg onwettig is.
Het verbod zou daarom vervallen op 1 januari 2027 als de regering geen betere wet kon maken, en minister Vandenbroucke heeft daarop besloten om het te laten voor wat het is en zich neer te leggen bij de uitspraak van het Grondwettelijk Hof.