Minister neemt belangrijke maatregel: 'Groep tussen 55 en 74 jaar is kwetsbaar"

Vanessa Matz
Afbeelding bron: Photonews

België zet belangrijke stappen in de digitale transitie. Steeds meer mensen maken regelmatig gebruik van het internet en ook de digitale vaardigheden van de bevolking nemen toe. Dat blijkt uit het Belgian Digital Economy Overview 2026 van de FOD Economie. Toch betekent deze vooruitgang niet dat iedereen even goed mee is in de digitale samenleving. De digitale kloof blijft een hardnekkige uitdaging die minister van Digitalisering Vanessa Matz wil aanpakken.

95% van de Belgen is regelmatig online

Uit het onderzoek blijkt dat meer dan 95 procent van de Belgen regelmatig online is. Dat is licht boven het Europese gemiddelde. Vandaag beschikt ruim 61 procent van de Belgische bevolking over ten minste digitale basisvaardigheden.

Dat is iets beter dan het Europese gemiddelde, maar nog altijd ver verwijderd van de Europese doelstelling om tegen 2030 minstens 80 procent van de bevolking over deze vaardigheden te laten beschikken.

Een positieve evolutie

Digitale basisvaardigheden zijn onmisbaar geworden en helpen mensen om bijvoorbeeld bankzaken of administratieve formaliteiten digitaal af te handelen. Een positieve ontwikkeling is dat Belgische internetgebruikers steeds vaker de informatie die ze online vinden controleren. 

Dat wijst op een groeiende mediageletterdheid en een groter bewustzijn van het belang van betrouwbare informatie. In een tijd waarin desinformatie zich snel kan verspreiden, is dat een belangrijke evolutie.

Meer dan alleen toegang tot internet

Toch gaat de digitale kloof vandaag veel verder dan alleen toegang tot internet, zo blijkt uit het onderzoek. Het gaat ook over de vraag of mensen voldoende kennis en geschikte toestellen hebben en zelfs over het gewoon weigeren om deel uit te maken van de digitale samenleving.

Voor veel overheidsdiensten en dagelijkse administratie of op het werk is digitale kennis inmiddels onmisbaar. Wie die vaardigheden mist, loopt het risico om moeilijker toegang te krijgen tot belangrijke dienstverlening en kansen.

Leeftijd, opleidingsniveau en de sociaaleconomische situatie

Het onderzoek toont aan dat vooral leeftijd, opleidingsniveau en de sociaaleconomische situatie bepalen hoe goed iemand kan deelnemen aan de digitale samenleving. Vooral leeftijd is een cruciale factor, waarbij mensen tussen 55 en 74 jaar een kwetsbare groep vormen. Zonder geschikte ondersteuning dreigen zij digitaal uitgesloten te raken.

Dat geldt ook voor laaggeschoolden. Bijna één tiende van de mensen met een laag opleidingsniveau heeft nog nooit het internet gebruikt, terwijl dat bij hooggeschoolden minder dan één procent is.

Vanessa Matz treft maatregelen

"De analyse van de FOD Economie toont duidelijk aan dat we niet allemaal gelijk zijn als het gaat om digitalisering", zegt minister van Digitalisering Vanessa Matz. "Toch moeten alle Belgen een gelijke toegang blijven hebben tot de openbare dienstverlening."

"Daarom hebben we dit jaar in de wet het recht op drie niet-digitale alternatieven voor administratieve procedures bij de federale overheidsdiensten verankerd. Die wet legt zwart-op-wit een essentieel principe vast: niemand mag zijn rechten of de toegang tot een openbare dienst verliezen omdat hij of zij niet vertrouwd is met digitale hulpmiddelen, niet over het nodige materiaal beschikt of gewoon behoefte heeft aan menselijk contact."

"Of het nu telefonisch, aan het loket of per brief is, de openbare dienstverlening moet voor iedereen toegankelijk blijven", voegt Matz toe.